Benoeming concessiedirecteur zonder or-advies niet geoorloofd

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P><B>Feiten</B><br> Connexxion Openbaar vervoer heeft een organisatiestructuur met een algemeen directeur (OV) waaronder vier concessiedirecteuren werken. In 2007 heeft de ondernemer advies gevraagd aan de or over het voorgenomen besluit een aantal consessies rond de stad Utrecht onder de bestuurder van Gemeentelijk Vervoerbedrijf Utrecht te brengen. <br> Hierdoor zou de situatie ontstaan dat de statutair directeur van een dochtermaatschappij GVU, die aan de RvB rapporteert, tevens consessiedirecteur wordt en in die hoedanigheid aan de algemeen directeur OV rapporteert. De or vindt dit niet acceptabel, onder meer omdat dit grote verwarring kan scheppen en ongewenst is n het kader van een helder besturingsconcept. Naar aanleiding van het negatieve advies van de or wordt besloten van het voornemen af te zien. <br> In februari 2008 heeft de ondernemer de or geïnformeerd dat hij voornemens is de directeur GVU vanwege een noodzakelijke interne herverkaveling van de concessiegebieden (toch) te benoemen tot 4e concessiedirecteur. De or verwijst naar het negatieve advies uit 2007. De ondernemer neemt het besluit toch, zonder advies aan de or gevraagd te hebben. </P> <P><B>Ondernemingskamer</B><br> De ondernemer heeft erkend dat het besluit, in strijd met art 25 WOR, niet ter advisering aan de or is voorgelegd, maar heeft betoogd dat het besluit minder verstrekkend is dan het eerdere besluit dat in 2007 aan de or ter advisering werd voorgelegd. In het huidige besluit is in belangrijke mate aan de bezwaren van de or tegen het eerdere besluit tegemoetgekomen.<br> De OK overweegt dat in het algemeen reeds de omstandigheid dat is nagelaten de or advies te vragen in een geval dat een (voorgenomen) besluit adviesplichtig is, met zich brengt dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Door het achterwege laten van het vragen van advies is immers het in de WOR neergelegde recht op medezeggenschap geschonden. Er zijn geen (voldoende) termen aanwezig om in dit geval anders te oordelen. Het mag zo zijn dat volgens de ondernemer het besluit alleszins aanvaardbaar moet worden geacht, dat laat onverlet dat de or in de gelegenheid dient te zijn om de aangedragen argumenten op hun waarde te schatten en daarover een standpunt te formuleren. De slotsom is dat de OK de ondernemer verplicht het besluit in te trekken en de gevolgen ervan ongedaan te maken.</P> <P><B>Commentaar</B><br> Een besluit als bedoeld in art. 25 WOR nemen zonder eerst advies te vragen aan de or mag niet. In deze zaak legde de ondernemer de nadruk op de redelijkheid van het besluit en het feit dat hij met het besluit aan eerdere bezwaren van de or was tegemoet gekomen. De Ondernemingskamer laat in het midden hoe redelijk het besluit is. Waar het om gaat is dat de ondernemer eerst in het kader van een adviestraject met de or daarover van gedachten moet wisselen. Daarom moet het besluit ingetrokken worden. Ook het feit dat de consessiedirecteur reeds benoemd was, maakt dit niet anders. De benoeming moet ongedaan worden gemaakt. Omdat het gaat om een interne functionaris zal dat minder problematisch zijn. Als het gaat om de benoeming van een externe zal dat moeilijker liggen. In art. 26 WOR staat dat de rechten van een derde niet aangetast worden door een voorziening die de Ondernemingskamer oplegt. </P> <P>OK 27 juni 2008, ARO 2008/10, Connexion Openbaar vervoer</P> <P>Loe Sprengers<br> Advocaat bij Advokatenkollektief Utrecht en hoogleraar sociaal recht Universiteit Leiden</P> <P>Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in <A href="http://www.kluwershop.nl/or/details.asp?pr=8569">Rechtspraak voor Medezeggenschap</A>.</P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.