Woensdag 20 april was het Hart van Holland in Nijkerk het podium van het LRO-ondernemerscongres. Een van de sprekers was Tom Heidman, vooral bekend als de man die achter het stuur zat bij C1000 toen die formule werd overgenomen door Jumbo. Heidman deed zijn zegje samen met Wim Landwaart. Landwaart is de man achter de winkel ‘Landwaart’ in de plaats Maartensdijk. Een plek waar het draait om voedsel dat kwalitatief een stuk beter is dan het assortiment in de gemiddelde supermarkt. Heidman, in eerste instantie alleen klant bij Landwaart, kwam in contact met de eigenaar en gaf vervolgens ook advies aan de ondernemer. Zo drukte Heidman Landwaart op het hart dat hij best mag samenwerken met retailers, maar dat hij moet voorkomen dat zijn producten bij een groot aantal winkels van verschillende landelijke formules in het schap komen te liggen. Dat kan volgens Heidman afbreuk doen aan de ‘totaalbeleving’ van het Landwaart-merk die er wel is in de winkel in Maartensdijk.
Heidman onderstreepte dit met zijn ervaringen met keukens in Albert Heijn- en Jumbo-winkels. Daar zag hij op bepaalde delen van de dag geen bediening achter de balie, wat volgens hem fnuikend is voor het culinaire beeld. ‘Het is het gevoel van vers, van lekker, dat continu moet worden bekrachtigd. Wanneer je niet ziet wie het eten heeft klaargemaakt, wat er in de bakken ligt, verandert de hele context.’
Heidman vertelde me na afloop van het congres ook over zijn wijnhuis in Italië, Renzo Marinai. En dat ‘gezondheid binnen food’ helemaal zijn aandacht heeft. ‘Let op die nieuwe generaties. Die willen weten wat er in een product zit, kijken meteen naar het etiket, letten scherp op de voedingswaarde.’
Allemaal sympathieke, gezonde initiatieven van de ex-koningen van de efficiëntie. Maar wat was hun drijfveer? ”
De woorden van Heidman deden me denken aan eerdere initiatieven van ex-aanvoerders in de branche. Zo sprak ik in het verleden Harrie Westra, bekend van zijn tijd bij het prijsbewuste Vomar, over Superfair. Op dat moment een jonge, biologische formule die hij (uiteindelijk tevergeefs) wilde uitbouwen. Het moest volgens hem allemaal gezonder, duurzamer, diervriendelijker, biologischer. ‘Wij nemen besluiten die anderen niet durven nemen. Geen kiloknallers’, aldus Westra toen. En laat ik ex-inkoopkoning Frans Fredrix niet vergeten, die na zijn afscheid bij Superunie aantrad als adviseur van 't Verswarenhuys.
Allemaal sympathieke, gezonde initiatieven van de ex-koningen van de efficiëntie. Maar wat was hun drijfveer? Hadden ze stiekem altijd al iets met de combinatie gezondheid en kwaliteit, of zagen ze in een vroeg stadium een nieuw gat in de markt?







