In oktober 2007 sloot de eigenaar van Packard Bell een voorlopige verkoopovereenkomst met de Amerikaanse computergigant Gateway. Zonder het advies van de or af te wachten, zonder andere kandidaat-kopers te overwegen. Te gek voor woorden, vond de or, die tot drie keer toe naar de rechter stapte. Twee computerbedrijven hebben belangstelling om Packard Bell te kopen: het Amerikaanse Gateway/Acer en het Chinese Lenovo.
Aanvankelijk ontving de or een adviesaanvraag over de verkoop aan Lenovo. John Hui, de Chinese eigenaar van Packard Bell, gaf echter in het verleden het eerste-kooprecht (right of first refusal) aan Gateway om onder een concurrentiebeding uit te komen. En dus werd het Gateway, inmiddels overgenomen door Acer, en kwam er een nieuwe adviesaanvraag, nu over de verkoop aan Gateway. De or probeerde wat hij kon om invloed uit te oefenen. Het management zei echter steeds dat de or zich er niet mee moest bemoeien. De or stapte 6 december 2007 naar de Ondernemingskamer. Het right of first refusal moest van tafel. Dat had Hui al aan Gateway verstrekt nog voordat hij zelf Packard Bell had gekocht. Van dat alles wist de or niets. Als de or daarvan op de hoogte was geweest, had hij in een eerder adviestraject, over de verkoop van Packard Bell aan John Hui, anders geadviseerd. De rechter vond dat niet voldoende aannemelijk. Ook vond de Ondernemingskamer het verstrekken van het eerste-kooprecht door John Hui aan Gateway niet adviesplichtig.
In december kwam de or met zijn advies over de verkoop van het bedrijf. De or vond dat de gegadigden gelijke kansen moeten hebben. Het advies luidde negatief tenzij Gateway/Acer dezelfde garanties bood als Lenovo. Of het right of first refusal alsnog van tafel, waardoor het management een gedegen afweging kan maken tussen beide kandidaten. Na indiening van het advies kwam er een mailtje van de bestuurder uit Frankrijk. Teneur: we verlenen onze medewerking aan de verkoop van de aandelen. Toen is de or opnieuw naar de Ondernemingskamer gestapt.
De rechter heeft op 19 februari het verzoek van de or afgewezen. De rechter oordeelde dat de or van een (kleindochter)vennootschap geen adviesrecht volgens de WOR heeft ten aanzien van de overdracht van aandelen in de grootmoedervennootschap. De rechter erkent dat het management een motivatie achterwege heeft gelaten, maar zegt er meteen bij dat dit terecht was. Het management gaat immers niet over de overdracht van de aandelen.












