Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>Een vriend die weet dat ik al een kleine twintig jaar speel met ondernemingsraden vroeg mij een tijdje terug wat ik die ondernemingsraden nu eigenlijk bijbreng, wat ik ze lever tijdens al die cursussen in hotels ver van huis. En of ik dat voor zijn gemak maar even in één woord wilde samenvatten. ‘Zelfvertrouwen’, was mijn antwoord. Geloof bij or’s laten ontstaan in eigen kracht, eigen kunnen, het eigen vermogen om toegevoegde waarde te leveren in discussies over de toekomst van de eigen organisatie. </P> <P>Daarbij kon ik een aardig voorbeeld geven. Dat ging over een mevrouw, werkzaam in een productiebedrijf waar ik de or mocht trainen. Zij was nieuw gekozen in die or. Deze mevrouw had nauwelijks of geen opleiding genoten, haar werk bestond uit het aan de lopende band steeds weer dezelfde handeling verrichten. Dag in, dag uit, ze hoefde vele uren per dag nergens over na te denken. Die mevrouw kwam zeer onderdanig de or binnen. Durfde nauwelijks hardop te praten tegen haar mede-or-leden. Al helemaal niet tegen de bestuurder. En die mevrouw had mazzel. Zij kwam namelijk terecht in een or met een voorzitter die het beste uit elk van zijn or-leden wilde halen. Die iedereen aan het denken, luisteren, praten, analyseren, onderhandelen, discussiëren, meebeslissen wilde hebben. Hij vroeg haar om niet alleen bij de vergadering te zitten en te luisteren, wat ze in het begin deed, maar om iets meer te doen. Het hoefde niet veel te zijn. </P> <P>Één korte mededeling in de vergadering was al genoeg voor de eerstvolgende keer. Daarna misschien een korte vraag. Hij nam haar bij de hand, vroeg haar steeds een klein beetje meer te doen. Gaf feedback, hielp haar. Hij duwde haar langzaam maar zeker in de richting van de or-spotlight. Rustig aan. Stapje voor stapje. En mevrouw zette die stapjes. Daarna stappen. Om een lang verhaal kort te maken: dezelfde mevrouw die angstig het eerste or-overleg betrad ontwikkelde zich enorm in de loop der jaren. Ze ontdekte dat ze veel meer kon dan ze aanvankelijk dacht. Dat ze snapte waar het bedrijf mee bezig was. Dat ze mensen kon overtuigen. Dat ze iets kon betekenen. </P> <P>Jaren later stond mevrouw met heldere stem en het gezelschap recht in de ogen kijkend een prima presentatie te geven. Aan de gezamenlijke vergadering van or, de directie en het MT van het bedrijf. Over sterktes en zwaktes van de onderneming, over kansen en bedreigingen in de omgeving, over de volgens de or logischerwijze te stellen prioriteiten. Ze had nooit gedroomd dat ze dat ooit zou durven doen. Maar ze deed het. En goed ook. Prachtig om te zien.</P> <P>Die enorme ontwikkeling is voor het overgrote deel haar eigen verdienste. Vervolgens die van haar or-voorzitter en haar mede-or-leden. En ik koester de gedachte dat ik een heel, heel klein beetje heb kunnen bijdragen aan de groei van haar zelfvertrouwen, aan haar nieuwe perspectieven. Dus ik blijf lekker spelen met mijn or’s en ik blijf daar lol aan beleven. Yes we do!</P>