“Energie is weliswaar een flinke kostenpost voor datacenters, maar de impact ervan is relatief beperkt”, vertelt Andrew van der Haar, senior adviseur van de Dutch Data Center Association (DDA). “Uiteindelijk wordt het geld verdiend met alle services die erop draaien. Voor de één is dat een app, voor de ander een abonnement op een dienst als Netflix”, legt hij uit. Datacenters draaien om continuïteit van digitale dienstverlening, en stroom is daarin een cruciale randvoorwaarde. Maar zolang de beschikbaarheid van stroom gegarandeerd is, kunnen zij hun kerntaken blijven uitvoeren.
Nieuwbouw lastig
Toch merkt ook de datacentersector wel degelijk effecten van de energiemarkt. Deze worden vooral veroorzaakt door de krapte op het net, met name als het gaat om uitbreiding van nieuwe datacenters. “Nieuwbouw is lastiger geworden door netcongestie”, zegt Van der Haar. “Niet onmogelijk, maar wel een stuk moeilijker. Als nieuwbouw nu wordt gerealiseerd, is dat al eerder in gang gezet.” Bestaande datacenters groeien nog wel door. “De maximale aansluitcapaciteit wordt steeds meer benut.”
Uit een recent rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) blijkt dat Nederland anno 2025 wereldwijd de langste wachttijd voor nieuwe datacenters heeft. Tien jaar duurt het volgens dit rapport. Ter vergelijking: de wachttijd in Italië is minder dan drie jaar.
Slimmer omgaan met energie
Hoewel stroomprijzen stijgen, zijn datacenters niet overgeleverd aan de grillen van de markt. Integendeel, ze spelen juist een actieve rol in het slimmer omgaan met stroomverbruik. Zo beschikken vrijwel alle datacenters over batterijsystemen, zogeheten UPS-systemen (Uninterruptible Power Supplies), die een dubbele functie hebben, legt Van der Haar uit. “Ze garanderen niet alleen continuïteit bij stroomuitval, maar filteren ook netfluctuaties eruit. Een klant verwacht constante stroom: niet 232 V of 228 V, maar altijd 230 V. Daar zorgen die systemen voor.”
Een tweede functie is dat deze batterijen ook kunnen worden ingezet om op piekmomenten stroom terug te leveren aan het net. De sector is hierover in gesprek met onder andere het ministerie van Klimaat en Groene Groei en Netbeheer Nederland, zegt Van der Haar.
Verduurzaming begint bij klant
Naast het optimaliseren van hun eigen energieverbruik, helpen datacenters hun klanten ook om efficiënter om te gaan met stroom. “We adviseren bedrijven om servers in te stellen op energiebesparende modi. Het is net als met een ledlamp: als die de hele dag brandt in een lege kamer, bespaar je alsnog niets”, aldus Van der Haar. De sector organiseert seminars en werkt samen met brancheorganisaties om het bewustzijn rond ‘groene software’ te vergroten - een efficiënt geschreven code die minder energie verbruikt tijdens verwerking.
Maar daar wringt het soms nog. “Het ontbreekt vaak aan kennis, of bedrijven zijn bang dat een verandering iets kapot maakt”, zegt Van der Haar. “Voor veel organisaties is de digitale omgeving geen testomgeving maar een productieomgeving. Dan zeg je niet zomaar even: we zetten het vanavond uit.”
Geen verdienmodel, wel waarde
Hoewel noodstroomlevering en restwarmte potentieel waarde vertegenwoordigen, zien datacenters dat niet als primaire businesscase. “Ze verdienen het geld met IT-diensten. Al zouden datacenters wel degelijk een business case kunnen hebben met het hergebruiken van hun restwarmte aan bijvoorbeeld warmtenetwerken: datathermie. Onze sector ziet dat echter meer als een compensatie van gemaakte investeringen”, stelt Van der Haar.
Toch kunnen de eerdergenoemde oplossingen de sector helpen om zelf door te groeien. “Als wij bijdragen aan het oplossen van netcongestie, komt er capaciteit vrij. En dat maakt groei weer mogelijk, zowel voor ons als voor anderen.”
Creatieve oplossingen
De datacentersector heeft met creatief en flexibel energiegebruik een voorsprong opgebouwd. Energie mag dan duurder zijn geworden, de sector laat zien dat met schaal, technologie en samenwerking de impact beperkt kan blijven. “Als de nood hoog is, word je creatief. En Nederland heeft als eerste veel last gekregen van netcongestie. De kans is daarom ook groot dat we als eerste met creatieve oplossingen komen”, besluit Van der Haar.










