Als ze dat nalaten, moeten ze betalen om de werknemer de periode zonder het zware werk tussen 65 en 67 te kunnen laten overbruggen, bijvoorbeeld via de levensloopregeling.
De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie nemen dat op in hun akkoord over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Ze willen op die manier mensen met zware beroepen zoveel mogelijk ontzien.
Dinsdag bereikten de partijen al overeenstemming over de hoofdlijnen van de verhoging van de AOW-leeftijd. Zo wordt de AOW-leeftijd in 2020 eerst verhoogd naar 66 jaar. Daarna zou de leeftijd in stapjes van twee maanden per jaar omhoog kunnen. Dat betekent dat de AOW-leeftijd in 2026 op 67 jaar ligt. Een mogelijkheid is ook om de stap naar 67 in 2026 in één keer te nemen, omdat het lastig is aanvullende pensioenen aan te passen aan een geleidelijke verhoging.
De partijen willen verder iemand de kans geven op 65 jaar te stoppen met werken, als hij kan aantonen dat hij minimaal veertig of 45 jaar heeft gewerkt. Eerder stoppen betekent wel een lagere AOW-uitkering. De vraag is nog of dat 5 of 8 procent per jaar moet schelen.
Het kabinet besloot dit voorjaar dat de pensioenleeftijd, zowel in de AOW als bij aanvullende pensioenen, omhoog moet om gevolgen van de vergrijzing op te vangen en om de overheidsfinanciën op orde te brengen na de economische crisis. Daarbij zijn werkgevers en vakbonden nodig, die in de pensioenbesturen zitten.
Het kabinet wil sociale partners stimuleren door in belastingwetgeving ook uit te gaan van een hogere pensioenleeftijd. Voor aanvullend pensioen wordt nu onder een belastingvriendelijk regime gespaard. Mensen met een zwaar beroep en die vroeg begonnen zijn met werken, zullen de mogelijkheid behouden om een deel van hun gespaard aanvullend pensioen naar voren te halen om hun lagere AOW bij te spijkeren.
Woensdag spraken de meest betrokken bewindslieden minister Piet Hein Donner en staatssecretaris Jetta Klijnsma (beiden Sociale Zaken) opnieuw met de fractievoorzitters van CDA, PvdA en ChristenUnie. Ze maken volgens ingewijden vorderingen en naderen een akkoord. Komende vrijdag wil het kabinet een definitief besluit nemen.










