Arbeidshygiënist Edwin Hagelen: 'Ik mag ook graag meedenken met verbouwingen'

Van risico's inventariseren tot gevaarlijke stoffen meten, fysieke belasting verlagen en meedenken met verbouwingen. Arbeidshygiënist Edwin Hagelen geniet van zijn werk bij het UMCU: 'Never a dull moment'.

Arbeidshygiënist Edwin Hagelen: 'Ik mag ook graag meedenken met verbouwingen'

Edwin Hagelen werkt al 22 jaar als arbeidshygiënist bij de interne arbodienst van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Met slechts een handjevol arbokerndeskundigen (1 hoger veiligheidskundige, 1 arbeids- en organisatiedeskundige, 1 arbeidshygiënist en 5 bedrijfsartsen) draagt hij bij aan de veiligheid en gezondheid van maar liefst 12.000 medewerkers.  

Gelukkig doet hij dit in nauwe samenwerking met vele andere arbo-adviseurs, zoals arboverpleegkundigen, verzuimcoaches, arbeidsdeskundigen, arbocoördinatoren, milieuadviseurs, stralingshygiënisten en een eigen brandweer. Plus 175 ergocoaches – die hij zelf opleidt. 

"Het UMC is zó groot en er gebeurt zó veel, er is 'never a dull moment'. Dat vind ik geweldig. Ik ben bezig met risicobeoordelingen, metingen van gevaarlijke stoffen en werkplekonderzoeken op kantoren, laboratoria, operatiekamers en hele zorgafdelingen. Ik word bij heel veel zaken betrokken en denk mee over verbouwingen. Omdat het UMC een interne arbodienst heeft, ben ik bovendien lang bij projecten betrokken. Zo kan ik de adviezen die ik geef ook tot resultaten zien leiden. Dat is ook wel iets dat ik erg leuk vind." 

'Vijfde kerndeskundige' voor de RI&E 

Edwin Hagelen
Edwin Hagelen

Het grootste deel van zijn tijd is Hagelen bezig met risico-inventarisaties en –evaluaties (RI&E's). "In principe zijn het de arbocoördinatoren die per divisie of directie verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de RI&E. Wij arbo-adviseurs ondersteunen hen daarbij. Maar ik ben er toch wel flink wat tijd druk mee. Naast vragen beantwoorden en zelf risicobeoordelingen doen, toets ik als enige gecertificeerd arbeidshygiënist ook de RI&E's van collega's." 

Aan het deskundigenoverleg RI&E is overigens een 'vijfde kerndeskundige' toegevoegd: "Straling is zo veelomvattend in een ziekenhuis dat we daar een stralingsbeheersingsgroep voor hebben, met stralingshygiënisten. Zij regelen alles rond radiologie, CT-scans en dat soort dingen. Natuurlijk weet ik het een en ander van de materie af, maar de stralingshygiënist kijkt bij elke relevante RI&E mee. We spreken elkaar daardoor regelmatig." 

'Altijd bezig met een paar RI&E's' 

Het UMCU heeft een cyclisch proces voor de RI&E: "We zijn altijd wel bezig met een paar RI&E's. Maar we hebben een aantal jaar geleden besloten niet meer iedere keer van A tot Z een hele nieuwe RI&E te doen. Eens in de 3 jaar heeft één van de arbokerndeskundigen een uitgebreid actualiteitsgesprek met de divisieleiding, diens arbocoördinator en bedrijfsarts. We kijken dan naar een aantal dingen. Zoals wat er in de vorige RI&E stond, wat er van het plan van aanpak terecht is gekomen, of alle pijnpunten zijn opgelost. En ook naar wat er sinds de vorige keer in werkwijze of werkplek veranderd is. Vervolgens doen we een gerichte deel-RI&E." 

"Op de spoedeisende hulp bijvoorbeeld, hebben ze sinds de laatste RI&E een eigen CT-scan gekregen. Voorheen gingen patiënten van de spoedeisende hulp even naar de CT-scan op de afdeling radiologie. Dat hoeft nu niet meer. Iets soortgelijks geldt voor een van de operatiekamers in het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Die heeft een eigen MRI gekregen, zodat patiëntjes tíjdens de operatie gemakkelijker even gescand kunnen worden om te zien of alles wel goed gaat. Bij zulke veranderingen in werkplek en werkwijze checken we dan of dat tot nieuwe risico's of nieuwe inzichten leidt." 

Duizenden gevaarlijke stoffen 

Naast de vele risicobeoordelingen en toetsingen, houdt Hagelen zich bezig met allerlei zaken rondom gevaarlijke stoffen: "Er worden in een ziekenhuis natuurlijk duizenden gevaarlijke stoffen gebruikt. Vaak wel in kleine hoeveelheden. Maar ook dan moet je zorgen dat alles goed gebeurt. Dus ik doe blootstellingsbeoordelingen en ik zorg ervoor dat we voldoen aan de vele registratieverplichtingen."  

"We willen goed in kaart hebben welke gevaarlijke stoffen waar en hoe zijn opgeslagen. Ook informeren we collega's over wat er na afloop met deze stoffen gebeurt: waar de stoffen heengaan en hoe. We zijn ook met een nieuw bestelsysteem voor gevaarlijke stoffen bezig, waarmee tegelijkertijd de registratie beter geregeld is. Die nieuwe registratiesystematiek zijn we nu aan het implementeren. Dat is een aardige klus. Hiervoor werk ik veel samen met de milieudeskundigen van onze afdeling."  

Van meting naar verbouwing 

Bij gevaarlijke stoffen is er soms een probleem met ventilatie. En zo gaat Hagelen van meting naar verbouwing. "De anatomische snijzaal is een paar jaar geleden helemaal verbouwd. Die verbouwing heeft wel een behoorlijke aanloop gehad... Na een aantal metingen bleek dat de blootstelling aan formaldehyde een ontoelaatbaar niveau dreigde te bereiken. Maar geld voor een grootscheepse verbouwing was er aanvankelijk niet. Daardoor hebben mensen jarenlang met een halfgelaatsmasker moeten werken. Maar eisen veranderen, inrichting veroudert en dan staat er ineens toch een verbouwing op de planning. Voor het nieuwe ontwerp van de snijzaal heb ik toen meteen meegedacht over ventilatie en ergonomie." 

Momenteel wordt de koeling van de snijzaal verbouwd. Ook daar kijkt Hagelen mee. Nu vanuit het oogpunt van fysieke belasting. "Mensen moeten lichamen uit zo'n koeling tillen, soms ook van hoogte. Er was al wel een tillift, maar nu komt er een iets modernere versie." 

Fysieke belasting een groot thema 

Fysieke belasting is, naast de RI&E's en gevaarlijke stoffen, het derde grote thema voor Hagelen: "Fysieke belasting in de zorg, die is er. Dat houdt nooit op. Het is een proces van de lange adem. Maar je kunt er wel leuke innovatieve dingen voor verzinnen. Zo dacht ik mee over de nieuwe infuuspaalklem waarmee we de fysieke belasting van zorgpersoneel verlagen. Ook heb ik het idee voor één centraal uitgiftepunt voor tilhulpmiddelen uitgewerkt, dat uiteindelijk is opgezet." 

Ergocoaches bieden belangrijke ondersteuning 

Hagelen leidt samen met een fysiotherapeut ook ergocoaches op. De inzet van ergocoaches zorgt ervoor dat de arboprofessionals voor een deel ontlast worden. Want als een ergocoach een probleem van een medewerker kan oplossen, komt die vraag niet bij de arbo-adviseur terecht. 

"We hebben momenteel bijna 175 ergocoaches. Dit zijn mensen op de werkvloer die zelf een fysiek belastend beroep hebben. Zij leren tijdens een ergocoachtraining door een ergonomische bril naar hun eigen werk te kijken, om bij zichzelf de belastende houdingen te leren herkennen. Daarna leren ze de juiste technieken, houdingen en bewegingen bij al die mogelijk fysiek belastende activiteiten. Om vervolgens als ergocoach hun collega's te kunnen aanspreken op het juiste fysieke gedrag. Bijvoorbeeld  zorgen dat het bed op de goede hoogte staat bij de verzorging van een patiënt ." 

"Niet alleen verpleegkundigen kunnen ergocoach zijn. Ook medewerkers van de afdelingen logistiek, schoonmaak en voeding kunnen immers verkeerde houdingen aannemen. Hetzelfde geldt voor laboratoriummedewerkers die werken aan de zuurkast, of hun elleboog niet op de tafel zetten als ze moeten pipetteren. In de kantoorbanen heten deze mensen werkplekcoach. Hun training is wat minder uitgebreid, het stuk verzorging slaan ze over. Zij weten hoe je een standaard kantoorwerkplek optimaal kunt inrichten. We leiden jaarlijks zo'n 10 nieuwe medewerkers op tot ergocoach." 

Tips voor arbodeskundigen 

Als tip voor collega-arbodeskundigen geeft Hagelen mee om vooral te luisteren naar de vraag achter de vraag. "Wij werken vraaggestuurd, maar dat is niet altijd zo simpel als het klinkt. Want het probleem ligt niet altijd in de vraag die mensen stellen. Daarvoor moet je goed luisteren en soms flink doorvragen, of vaker langskomen om een goed beeld te krijgen. Soms denk je voor probleem A te komen, omdat die in de aanvraag opgeworpen wordt. Maar dan blijkt er een probleem B achter te zitten. Iets dat de vraagstellers zelf misschien niet eens doorhebben." 

"Let ook goed op in welke fase van een project je gaat meekijken. Bij verbouwingen gaat het bijvoorbeeld van een probleem tot een businessplan, tot een voorlopig ontwerp, een definitief ontwerp en het daadwerkelijke bouwen. In al die fases kun je soms nog invloed hebben, maar je invloed is wel anders. Als je pas in de eindfase iets ziet, heb je er niets meer aan. Maar soms ben je juist te vroeg. Bij een businessplan hoef je nog niet met looplijnen aan te komen. Kortom, het gaat heen en weer. Blijf praten, blijf vragen, blijf een vinger aan de pols houden." 

Linda Poort

Linda Poort

Redacteur Arbo

Linda is een redacteur in hart en nieren. Zij is vooral geïnteresseerd in de sociale kanten van arbo. Maar ook in de juridische en technische kanten bijt ze zich vast.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.