Als je het hebt over bevlogenheid, is belangrijk dat mensen kunnen doen waar hun hart ligt. Zodat ze geëngageerd blijven en verbonden – belangrijk in deze tijden van tekort aan arbeidskracht. Daartoe moeten werkgevers ze wel resources bieden, stelt Van Rhenen. Zoals samenwerking en support. En vrijheid in hun werk.
Jij bekleedt de leerstoel Engagement & Productivity. Wat is dat precies?
"Die leerstoel gaat over de sterke relatie tussen bevlogenheid enerzijds en productiviteit anderzijds. Nyenrode-studies houden zich vaak bezig met harde cijfers. In die wereld is bevlogenheid een wat softer begrip. Toch kunnen we laten zien dat de productiviteit van bevlogen mensen hoger is. En wel 20 tot 25% hoger, een fors getal. Daarom is het heel opmerkelijk dat organisaties daar maar marginaal op sturen. Ze blijven maar sturen op targets. Terwijl je die heel makkelijk indirect kunt bereiken als je stuurt op de energie en de toewijding van medewerkers, dus op bevlogenheid."
"We hebben een tekort aan arbeidscapaciteit. Wil je ervoor zorgen dat mensen bij je blijven, dan moet je goed voor hen zorgen. Je moet hen waarderen. Zorgen dat zij vaardigheden krijgen waar ze ook in de toekomst wat aan hebben. En de ruimte en tijd krijgen om zich te ontwikkelen. Als je dat doet, stuur je op bevlogenheid. In Amerika zie je duidelijk dat dit gebeurt. De engagementcijfers stijgen daar dan ook. De bevlogenheid neemt er toe. In Europa zien we dat niet."

Wat zien we dan in Europa gebeuren?
"Werk krijgt in onze samenleving een andere plaats. Bij de Boomers was werk de reden van hun bestaan. Bij Gen Z’ers is dat een ander verhaal. Die doen werk erbij om geld te verdienen, om met dat geld leuke dingen te doen. Werk heeft voor hen een andere functie. De sociale verhoudingen vinden zij belangrijk: het moet een beetje gezellig zijn, anders gaan ze weg."
"Ook hebben ze vrijheid nodig in hun werk. Als je een dag met je kind wilt doorbrengen, moet daar ruimte voor zijn op het werk. De maatschappij dwingt het af dat werkgevers hun medewerkers resources aanbieden. Dat zien we gebeuren, en toch zien we dat niet terug in de engagementcijfers. Die nemen in Europa niet toe. Energie lekt hier toch weg."
Hoe komt dat, die weglekkende energie?
"Naast werk spelen iemands privéomstandigheden een rol in het leven van mensen. De werkgever kan alleen schaken op het werkbord. Iemands privédomein blijft buiten zicht. Stel: iemand krijgt een baby of wordt mantelzorger. In de thuissetting raakt iemand daardoor autonomie kwijt. Die autonomie moet er op het werk wél zijn, anders gaat het wringen: medewerkers worden ziek of gaan weg. Als werkgever moet je dus regelingen aanbieden om werk en privé beter te kunnen combineren, wil je niet geconfronteerd worden met uitval of verloop."
"Daarnaast speelt ook persoonlijkheid een rol bij het weglekken van energie. De een kan veel makkelijker omgaan met tegenslagen, de complexiteit van de maatschappij of de emotionele impact van sociale media dan de ander. Leven is ingewikkelder geworden."
Welke wetenschappelijke ontwikkeling(en) van de afgelopen jaren op het gebied van Engagement & Productivity waren voor jou een eyeopener?
"Als je het hebt over bevlogenheid, is belangrijk dat mensen kunnen doen waar hun hart ligt. En dat je ze resources biedt, zoals samenwerking en support. Wat me vooral uit onderzoek opviel, is dat je mensen in de problemen brengt als je die resources frustreert. Bijvoorbeeld door iemand die graag op kantoor is, thuis te laten werken."
"Wat verder een eyeopener voor me was, is dat goede leiders doelen stellen. Dat mogen best harde doelen zijn, als je er maar voor zorgt dat medewerkers geëngageerd blijven en verbonden. Medewerkers met een opgeladen batterij hebben daar niks aan als ze niet kunnen doen waar hun hart ligt. Ze moeten hun energie ergens op kunnen richten, iets waar ze bevlogen van raken. Dingen waar ze echt voor willen gaan en waar ze zichzelf in herkennen. En ze moeten de kans krijgen die batterij op te laden."
"Leiderschapstrajecten moeten deze aspecten dus meenemen in de vorming van leiders. Anders worden dat geen succesvolle leiders. Het betekent ook dat het bestuur het 'voor moet leven', anders is het onbegonnen werk."
Welke ontwikkelingen vond jij ontzettend belangrijk voor de arbobranche?
"Tot de jaren 90 richtte de brede arbodienstverlening, de bedrijfsgeneeskundige zorg, zich op preventie. Dat kantelde toen richting verzuim. Bij de arbodiensten zit de meeste omzet nu bij verzuim: het terugkrijgen van mensen die zijn uitgevallen. Zoals ik het zie, span je daarmee het paard achter de wagen. Want als mensen het goed naar hun zin hebben, vallen ze bijna nooit uit. Zelfs mensen die ziek zijn, werken dan graag door."
"Doordat we ons richten op verzuim, zijn er steeds minder goede professionals die opereren in de preventiehoek. Dat is zorgelijk. Een goede werkgever voelt zich verantwoordelijk voor de medewerkers. Wie zorgt voor goede en prettige werkomstandigheden, krijgt bevlogen medewerkers. De beste baas is de leidinggevende die medewerkers van de buitendienst een kop warme soep brengt als het koud is. Zo simpel is het."
Wat zijn de grootste uitdagingen die jij ziet op gebied van Engagement & Productivity voor de toekomst?
"De arbeidscapaciteit is natuurlijk een belangrijke uitdaging, hoewel technologie en automatisering wel een stuk krapte opvangen. Maar groter dan dat is de rol van AI. Robotisering gaat naar verwachting veel veranderen, maar we hebben nog geen goed idee hoe of wat. Er zullen positieve ontwikkelingen aan vastzitten, een robot kan best iemands steunkousen aantrekken."
"Maar we moeten ook opletten. Hoe is het om een robot als collega te hebben? Natuurlijk leer je daar wel mee omgaan, maar verschraling dreigt en je rol als medewerker verandert. Dat gaat impact hebben op de bevlogenheid. Nu zijn wij nog intelligenter dan AI, maar in 2030 naar verwachting niet meer. Nu al kan AI empathischer met een patiënt praten dan een gemiddelde arts. Maar die empathie komt van de tekentafel af. Het is iets anders dan écht om iemand geven, dan de menselijke touch."
Wat is de rol voor de arbokerndeskundige bij deze uitdagingen?
"Bedrijfsartsen zullen door AI een andere rolopvatting krijgen. Dat geldt ook voor de arbeidshygiënisten, de veiligheidskundigen en de A&O’ers. Metingen doen en rapporteren zal meer automatisch gaan. Maar wat betekent dit voor je adviezen? Problemen kun je niet meer alleen aanvliegen, want werk en de vraagstukken die ermee samenhangen zijn complexer. Je moet ze breder trekken om een beter resultaat te halen. Ik denk dat daar meer creativiteit voor nodig is dan AI kan bieden."
Je hebt wel eens gezegd dat je tevredenheid een desastreuze emotie vindt. Hoe verhoudt zich dat tot ‘medewerkerstevredenheid’?
"In 'tevredenheid' zit stilstand, het is passief. In 'bevlogenheid' zit actie, er zit energie op. Hoe actiever mensen zijn, hoe minder dreiging er is, zowel fysiek als mentaal. Je ziet gelukkig wel dat het bedrijfsleven en arbodiensten steeds concreter meten hoe het zit met engagement."
"In de arbowereld is het PMO een belangrijk begrip, het preventief medisch onderzoek, naast het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Daarmee kun je iets breder inventariseren hoe het met mensen is. Hoe het is met hun autonomie en hun energieniveau, hoe ze opladen en of ze support ervaren van hun leidinggevende en collega’s. Als de toewijding er nog wel is, maar het energieniveau is gezakt, dan heb je iets te doen. Want deze mensen kun je nog wel terugkrijgen naar de groep die energie krijgt van het werk. Als ze wel loyaal zijn, maar geen lol hebben, moet je ingrijpen."
"Ik denk dat we, als we terugkijken op 100 jaar arbo, kunnen stellen dat we tegenwoordig beter meten. Waarbij het altijd van belang is om te zorgen voor gevalideerde vragenlijsten. Er is wat dat betreft nog veel te veel rommel in de markt, gemaakt door hobbyisten, waar je niks op kunt baseren. Als je slecht meet, krijg je slechte resultaten en kun je ook slecht sturen. Zorg voor een goede meting, voor een goede analyse en een deugdelijk plan van aanpak. En effectueer en evalueer dat. Laat er, met andere woorden, een ouderwetse RI&E op los."
Over een dik jaar ga je met pensioen. Hoe kijk je terug, zo tegen het einde van je carrière, op het arbovak?
"Ik denk dat arboprofessionals op een bevoorrechte plek zitten. Ze kunnen met organisaties en medewerkers meedenken over hoe ze gezond blijven. Mensen helpen om in hun kracht te komen en de arbeidsparticipatie van mensen die ziek zijn helpen verbeteren."
"Mensen zijn in mijn opvatting niet disabled, maar differently abled. Ook iemand met een kwaal of beperking kan toegevoegde waarde hebben voor de maatschappij en voor het ecosysteem van de organisatie. Als we daarop zouden letten, hebben we veel meer arbeidscapaciteit. Als we kijken naar wat iemand níét kan, zetten we een kruis door die persoon heen. Laten we daarmee ophouden."















