Roel werkt al tien jaar met jonge kinderen. Eerst op een BSO, inmiddels in de kinderopvang. Hij houdt van zijn werk: de energie van de kinderen, het ritme van de dag, de kleine momenten die ertoe doen. Maar de laatste maanden beginnen er zaken aan hem te knagen als man tussen de vrouwen.
De casus van Roel
"Als ik met een peuter op schoot een boekje lees, voel ik soms de blikken van collega's of ouders. Ze zeggen niets, maar ik vóél het gewoon. Die twijfel. Die ongemakkelijkheid. En als er iets is – een kind valt, een luier lekt – dan ben ik altijd net iets te bewust bezig met hoe ik het aanpak. Of ik moet zeggen: hoe het eruitziet." En dit is nog maar één voorbeeld dat Roel geeft.
Hij heeft het onderwerp een paar keer aangekaart bij zijn leidinggevende. Die luistert, knikt, maar doet er verder niets mee. "Ze zegt dan dingen als: 'ja, het is gewoon gevoelig, hè, als man tussen allemaal moeders'. Of: 'neem het niet persoonlijk, het is niet tegen jou gericht'. Maar dat is het dus wel. Het ís persoonlijk. Ik voel me niet gehoord en al helemaal niet beschermd door mijn leidinggevende, maar juist extra zichtbaar en alleen."
Tijdens ons gesprek zit Roel rechtop, bijna strak van spanning. Hij wil niet klagen, zegt hij. Niet het beeld bevestigen van de man die snel op zijn tenen is getrapt. Maar hij kan ook niet meer zwijgen.
Welke opties heeft Roel?
We verkennen samen wat hij wil bereiken: duidelijke steun van zijn leidinggevende, zichtbare normalisatie van mannen in de opvang, het gesprek durven voeren met collega's zonder in de verdediging te schieten. Het blijkt lastig te verwoorden, want het gaat niet om één incident. Het is een optelsom van kleine momenten die hem samen een groot gevoel geven: jij hoort hier eigenlijk niet.
We bespreken wat ik daarin als vertrouwenspersoon voor hem kan betekenen. Roel kan het gesprek aangaan met zijn leidinggevende. Ik kan hem daarbij ondersteunen, door mee te gaan of te helpen bij de voorbereiding. We bespreken ook hoe hij zijn ervaring breder bespreekbaar zou kunnen maken binnen de organisatie. Bijvoorbeeld via een gesprek met HR of in een teamoverleg, als hij daar klaar voor is. Ik leg uit dat hij zelf de regie houdt: hij bepaalt of, wanneer en met wie hij het deelt. Ook het niet ondernemen van actie is een legitieme keuze, zolang hij daar bewust voor kiest.
Het gesprek geeft Roel de ruimte om zijn gedachten te ordenen. Hij merkt dat hij keuzes heeft, waar hij eerder vooral machteloosheid voelde. Dat geeft lucht – en soms is dat al het begin van verandering.
Mijn rol als vertrouwenspersoon
Bij de voorbereiding van het gesprek help ik Roel zijn verhaal te ordenen. Wat wil hij wél delen? Wat zijn voor hem de belangrijkste punten? Wat wil hij dat er verandert? We oefenen hoe hij het gesprek kan openen zonder direct beschuldigend te zijn, maar wel helder over zijn beleving.
In het gesprek zelf zit ik naast hem, letterlijk. Niet om het gesprek te voeren, maar om hem te ondersteunen. Mijn aanwezigheid helpt om het gesprek in balans te houden en zorgt ervoor dat Roel zich niet alleen hoeft te voelen. Het helpt ook om te benadrukken dat zijn ervaring bespreekbaar is. Dat het oké is om je vragen te stellen bij verwachtingen rondom mannelijkheid in een sector waar zorg en nabijheid centraal staan.
Na afloop zegt Roel dat het gesprek meer heeft losgemaakt dan hij had verwacht. Zijn leidinggevende erkent dat hij Roels signalen niet serieus genoeg heeft genomen en belooft het onderwerp binnen het team aan te snijden. Roel weet niet of er direct iets verandert, maar voelt zich voor het eerst in maanden gezien.
'Minder alleen in wat ik ervaar'
Een paar weken na het gesprek bellen Roel en ik opnieuw. Hij vertelt dat zijn leidinggevende het onderwerp in het team heeft aangekaart. Dat was spannend, zegt hij, maar het voelde goed dat het niet alleen op zijn schouders lag. Collega's reageerden wisselend: sommigen verrast, anderen juist begripvol.
Roel merkt dat hij minder gespannen naar zijn werk gaat. De blikken zijn niet direct verdwenen, maar hij heeft het gevoel dat er iets in beweging is gezet. "Misschien verandert niet alles, maar ik voel me minder alleen in wat ik ervaar," zegt hij. En dat maakt al veel verschil.
Tips
Vanzelfsprekendheden zijn vaak het lastigst te benoemen. Een man in de kinderopvang? Prima, zolang hij niet te dichtbij komt. Zolang hij niet te zorgzaam is. Juist daar ligt het ongemak. Leidinggevenden hebben een sleutelrol in het benoemen én beschermen van inclusieve diversiteit. En medewerkers zoals Roel mogen weten dat hun ervaring ertoe doet. Een vertrouwenspersoon kan helpen om woorden te vinden voor wat eerst alleen nog voelbaar was.













