De werkgever exploiteert een tuindersbedrijf dat zich voornamelijk richt op het telen van peper. De werknemer is sinds januari 2020 als uitzendkracht aan de werkgever ter beschikking gesteld en werkt als oogstmedewerker.
Op 25 mei 2022 is de werknemer aan het werk in de kas van het tuindersbedrijf. Op zeker moment valt hij in een gangpad in de kas. In het ziekenhuis wordt een elleboogfractuur geconstateerd en een operatie volgt.
Arbeidsinspectie: geen telefoon tijdens lopen
Zes weken later krijgt de werknemer een brief van de Arbeidsinspectie. Daarin staat dat uit het onderzoek dat de werkgever zelf heeft gedaan door middel van het afnemen van verklaringen, blijkt dat sprake is van een misstap, onoplettendheid en/of afgeleid zijn. Daardoor is de werknemer gestruikeld en op zijn arm gevallen.
Om dit in de toekomst voor zover mogelijk te voorkomen, mogen medewerkers geen telefoon meer gebruiken tijdens het lopen. Dit om afleiding tegen te gaan. Ook is het belang van kijken waar je loopt besproken met het personeel.
Kantonrechter: ongeval door afleiding
De werknemer stelt voor de kantonrechter de werkgever op grond van artikel 7:658 lid 2 BW aansprakelijk voor zijn schade. De werkgever wijst alle aansprakelijkheid af. Op basis van foto's en de descente (een bezichtiging door de rechter op de plek waar de oorzaak van het geschil zichtbaar is of waar het geschil zich afspeelt), een jaar na het ongeval, oordeelt de kantonrechter dat de rail waarover de werknemer stelt te zijn gevallen, niet uit de betonvloer stak. Ook staat niet vast dat hij op die plek is gevallen.
Er is sprake, aldus de kantonrechter, van een ongeval wegens een misstap, onoplettendheid en/of afgeleid zijn en niet omdat de werkgever tekort is geschoten in diens zorgplicht. De werkgever is daarmee niet aansprakelijk voor de schade en de kantonrechter wijst de vordering van de werknemer af. De werknemer stelt hoger beroep in.
Werknemer: onjuiste bewijslastverdeling
De werknemer stelt dat de kantonrechter de bewijslastverdeling van artikel 7:658 BW onjuist heeft toegepast. Daarmee heeft de rechter miskend dat de werkgever moet bewijzen dat die aan diens zorgplicht heeft voldaan. Nu wordt het de werknemer aangerekend dat niet duidelijk is waar hij is gevallen en dat hij hierover wisselend heeft verklaard. Terwijl het aan de werkgever is om de toedracht van het ongeval te bewijzen.
Verder vindt de werknemer het onbegrijpelijk dat de kantonrechter uit een descente van een jaar na het incident concludeert dat de rail tijdens het ongeval niet uit de betonvloer stak.
Hof: bewijslast toedracht bij werkgever
Het hof oordeelt dat de werkgever op grond van artikel 7:658 lid 1 BW verplicht is de lokalen waarin hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden, en voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken, als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
De werkgever is aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Tenzij de werkgever kan aantonen dat die diens zorgplicht is nagekomen. Of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
De werknemer moet alleen stellen (en zo nodig bewijzen) dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de werkgever. Hij hoeft dus niet aan te tonen wat de (exacte) toedracht of de oorzaak van het ongeval is geweest.
Ongeval tijdens pauze niet in werktijd?
De werkgever is van oordeel dat het ongeval niet is gebeurd in de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer. Het ongeval heeft namelijk plaatsgevonden tijdens de pauze en niet tijdens de bedrijfsactiviteiten.
Het hof maakt korte metten met dit verweer door het criterium "in de uitoefening van de werkzaamheden" ruim uit te leggen. Daaronder valt óók de situatie waarin een werknemer zich aansluitend aan de arbeidstijd (tijdens een pauze) nog in de bedrijfsruimte bevindt waar hij de werkzaamheden moet verrichten.
Het hof oordeelt dat de werkgever aansprakelijk is voor het door de werknemer opgelopen letsel op 24 mei 2022.
Bron: Hof Den Haag, 2 december 2025 – ECLI:NL:GHDHA:2025:2579










