Ondernemingsraad en bestuurder verschillen van mening of verplaatsing van activiteiten een belangrijk besluit is en dus adviesplichtig.
TNT Fashion Group B.V. heeft 14 vestigingen, waar in totaal 489 mensen werken. Nadat een aantal medewerkers de kleine vestiging in Helmond heeft verlaten, verplaatst de ondernemer de expeditieactiviteiten naar Oldenzaal. Via de CWI regelt hij het ontslag van de drie resterende werknemers. De ondernemingsraad stapt naar de Ondernemingskamer, omdat de bestuurder geen advies heeft gevraagd over de verplaatsing van de expeditieactiviteiten.
De Ondernemingskamer stelt allereerst vast dat het beroep tijdig is ingesteld. De ondernemingsraad wist weliswaar eerder over het voorgenomen sluiting van de afdeling, maar werd niet schriftelijk geïnformeerd. Voor de aanvang van de beroepstermijn is de dag van de schriftelijke mededeling van het besluit bepalend.
De eis van schriftelijkheid staat niet in artikel 26 lid 32 WOR en toch kan een ondernemer niet volstaan met een mondelinge mededeling van een besluit. De hoofdregel is dan ook dat de beroepstermijn gaat lopen vanaf de schriftelijke melding van een besluit (artikel 26 lid 2 WOR). Voorgaande is bedoel om onzekerheid te vermijden over de vraag of een besluit is genomen.












