De feiten
De ondernemingsraad van APM Terminals Rotterdam adviseert negatief over de detachering van ruim honderd operators, tenzij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zijn onderwerp van overleg in het kader van een tweede adviesaanvraag. De ondernemer neemt het besluit zonder het advies van de ondernemingsraad af te wachten en zonder het schriftelijk aan de OR door te geven. De ondernemingsraad stapt naar de Ondernemingskamer.
Ondernemingskamer
De ondernemer meent dat de OR beide adviesaanvragen tezamen heeft behandeld. Hierdoor zou de OR niet ontvankelijk zijn, omdat de beroepstermijn is verstreken. De ondernemer erkent dat hij verzuimd heeft om de OR schriftelijk mee te delen dat zijn voorgenomen besluit omgezet is in een definitief besluit. De dag van de schriftelijke mededeling van de ondernemer is bepalend voor de aanvang van de beroepstermijn volgens artikel 26 lid 2 WOR. Er is geen reden om in dit geval van deze regel af te wijken. De OR wordt in het gelijk gesteld. De rechter komt tot dit oordeel, omdat het advies van de OR niet is afgewacht.
Commentaar
Het standpunt van de OR is duidelijk: zijn advies is niet afgewacht en het definitieve besluit is nimmer aan hem kenbaar gemaakt. De argumenten van de ondernemer zijn een stuk ondoorzichtiger. De Ondernemingskamer kan geen reden vinden om af te wijken van de hoofdregel dat de beroepstermijn van artikel 26 WOR pas gaat lopen na bekendmaking van het besluit. Overigens bestaan er situaties dat de beroepstermijn wel ingaat terwijl het besluit niet schriftelijk bekend is gemaakt, bijvoorbeeld als de OR de reikwijdte van het besluit onderkent. Dit mag overigens niet tot gevolg hebben dat een nietsvermoedende OR met lege handen komt te staan door een nalatende ondernemer.












