3 knelpunten bij het ontwerpen van een inclusieve werkomgeving

3 knelpunten bij het ontwerpen van een inclusieve werkomgeving

Werkplekken worden vaak efficiënt ingericht op de 'gemiddelde gebruiker'. Hoewel dit praktisch klinkt, zorgt deze werkwijze voor knelpunten bij het inrichten van een inclusieve werkplek. Dat blijkt uit onderzoek van Stella Donker, dat ze presenteerde op het Future of Work-congres 2026.

Aanpassen aan werkplek

Het eerste knelpunt is dat een werkplek niet wordt aangepast op de mens, maar dat de mens zich moet aanpassen aan de gemiddelde werkplek. Hoe dit in de praktijk ontstaat kan worden uitgelegd met een voorbeeld bij de Nederlandse politie over iets heel anders, de overstap naar een nieuw dienstpistool. 

Deze dienstpistolen waren voor sommige handen te groot om mee te schieten. In plaats van het pistool aan te passen, werd al snel geopperd agenten te selecteren op grootte van de hand. De werkomgeving werd dus niet aangepast, maar de gebruikers moesten zich aanpassen.

Gemiddelde gebruiker

Een tweede knelpunt is dat de ‘gemiddelde gebruiker’ eigenlijk niet bestaat. Amerikaanse piloten vlogen in de jaren ’40 in cockpits die waren gebaseerd op verschillende gemiddelde maten. Uit onderzoek naar 4.000 Amerikaanse piloten bleek dat geen van hen voldeed aan alle gemiddelde maten, waardoor veelvuldig werd gecrasht.

Weinig variatie

Als laatste neemt variatie af door het gebruik van een gemiddelde maat. Als een werkplek alleen is gebaseerd op gemiddelden sluit dat sommige gebruikers die hier niet aan voldoen uit. Systemen zouden daarom juist beter functioneren als er rekening wordt gehouden met verschillen.  

Gemiddelden zijn dus een goed referentiepunt, maar geen goede basis voor een ontwerpbeslissing.

Lees hier het hele artikel over werkplekken gebaseerd op gemiddelde maten.

Sem Hofstra

Sem Hofstra

Werkstudent Facto