Dit weet je na het lezen van dit artikel:
- Onzeker beleid remt investeringen in nieuwe capaciteit.
- Capaciteitsmarkt beloont beschikbaar vermogen naast productie.
- Opslag en flexibiliteit versterken leveringszekerheid duurzaam.
- Politieke keuzes zijn nodig voor richting en stabiliteit.
Volgens De vries leunt het energiesysteem nog steeds op het idee dat de markt alles oplost - de 'energy only'-markt. “Dat werkte goed toen aanbod en vraag voorspelbaar waren. Nu schommelt de productie met het weer en blijft beleid rond gas, waterstof en netcongestie onzeker. Dan komt er vanzelf een moment dat niemand meer bouwt, terwijl we wel capaciteit nodig hebben.”
De onzekerheid over het toekomstige energiesysteem remt investeringen. Producenten wachten af, zegt De Vries. “Investeerders weten niet wat de vraag wordt, of we waterstof gaan gebruiken en of we doorgaan met gascentrales. Ze wachten tot er duidelijkheid komt. In het Nederlandse beleid sturen we te veel op doelen, zoals ‘CO₂-neutraal in 2035’. Dat klinkt mooi, maar het zegt nog niets over hóe je daar komt. Het is belangrijker om vast te leggen hoe het energiesysteem zich moet ontwikkelen: hoeveel wind op zee, hoeveel waterstofinfrastructuur, hoeveel opslag en hoeveel regelbaar vermogen.”
Echte uitdagingen
Daar hoort ook politieke richting bij. De Vries wijst erop dat de energietransitie een onderwerp van politiek gewicht moet zijn. “Onze energievoorziening staat onder druk. TenneT ziet een toenemende kans op elektriciteitstekorten vanaf 2030. We zijn op duurzame energieproductie na bijna volledig afhankelijk van importen, de verwachte ontwikkeling van waterstof hapert en de industrie heeft het zwaar door hoge energieprijzen en netwerkkosten. Het gaat in de politiek te weinig over de echte uitdagingen voor Nederland.”
De Vries vindt dat beleid meer richting moet geven met concrete keuzes over de inrichting van het energiesysteem. “Als je weet waar het systeem heen moet, kun je daarop investeren. Alleen zeggen ‘het moet CO₂-neutraal zijn’ helpt niet. Dan weet niemand wat hij precies moet bouwen.”
Capaciteitsmarkt als ontbrekende schakel
Om investeringen in betrouwbare productie weer op gang te brengen, pleit De Vries voor een capaciteitsmechanisme: een markt waarin producenten niet alleen worden betaald voor de stroom die ze leveren, maar ook voor het beschikbaar houden van vermogen. “We hebben centrales nodig die bijna nooit draaien, maar er wel moeten zijn. Daar hoort een vorm van vergoeding bij.”
Het draait volgens hem om evenwicht. “Je hebt zekerheid nodig aan de productiekant en vrijheid aan de verbruikskant. Producenten moeten lang vooruit kunnen plannen. Tegelijkertijd moeten verbruikers zelf kunnen bepalen hoeveel zekerheid ze willen inkopen. Het zou namelijk best kunnen zijn dat bedrijven, als ze worden geconfronteerd met de werkelijke kosten van die back-upcapaciteit, zeggen: ‘Voor die twee weken in de zoveel decennia dat het voorkomt, sluit ik de boel wel.' Dus geef mij de flexibiliteit om zelf te bepalen hoeveel back-up ik wil hebben.”
Centrale inkoop
Er zijn verschillende manieren om dat te regelen. Een centrale inkoop, bijvoorbeeld door TenneT, kan zekerheid bieden. Maar het heeft ook risico’s. “Zo’n partij koopt uit voorzichtigheid misschien te veel capaciteit. Dat kan het systeem onnodig duur maken.” Een gedecentraliseerde aanpak van een capaciteitsmechanisme, waarin bedrijven of consumenten zelf capaciteit inkopen, werkt volgens De Vries evenmin. “In Frankrijk is dat geprobeerd. Daar moesten de leveranciers capaciteitscontracten afsluiten, maar dat waren contracten van een jaar. Je kan hen niet verplichten tot het sluiten van contracten van vijftien jaar, terwijl je dat soort zekerheid wél nodig hebt om een nieuwe centrale te bouwen.”
Zijn voorkeur gaat uit naar een tussenweg. “Een goed ontworpen capaciteitsmarkt kan beide doelen dienen: zekerheid voor investeerders en voldoende prikkels voor flexibiliteit. Dan hoeft het niet tot hogere prijzen te leiden.”

Leveringsplicht
Een capaciteitsmarkt zou in principe techniekneutraal moeten worden ingericht, zolang maar aan de eisen kan worden voldaan. “Wie capaciteit verkoopt, moet ook echt kunnen leveren. Juist tijdens koude, donkere perioden waarin zon en wind het laten afweten. En als batterijen meedoen, moet duidelijk zijn hoe lang ze dat kunnen volhouden.” Over de vermogensdrempel voor deelname zegt De Vries: “Het minimumvermogen vind ik minder belangrijk dan de garantie dat dat vermogen er echt is wanneer het nodig is.”
De Vries maakt een duidelijk onderscheid tussen een capaciteitsmarkt en het paraat houden van een strategische reserve, zoals in Zweden en Duitsland. Bij zo’n reserve zou TenneT een paar oude centrales openhouden, die pas worden ingezet als het echt misgaat. “Dan betaalt TenneT de vaste kosten, maar bepaalt ook wanneer die centrales mogen draaien”, zegt De Vries. “Dat is geen markt, dat is een noodreserve.”
In een capaciteitsmarkt werkt het anders: daar kan iedere partij die betrouwbaar vermogen kan leveren meedoen. Van gascentrales tot batterijen en flexibele grootverbruikers. “Zo blijft er concurrentie tussen oplossingen en blijft de prijs redelijk. Dat past beter bij de Nederlandse manier van organiseren.”
Langetermijnopslag
Een onderdeel van een nieuw energiesysteem is langetermijnopslag (LDES), zegt De Vries. Het variabele aanbod van zon en wind kan namelijk maar ten dele worden opgevangen door regelbare CO2-vrije centrales, batterijen of vraagflexibiliteit. “CO2-vrije regelbare elektriciteitscentrales zijn duur en batterijen zijn vooral geschikt voor dag-nacht-cycli. Vraagflexibiliteit heeft weliswaar veel potentie, maar is geen oplossing voor langdurige schaarste, zoals wanneer het in de winter een week of twee niet veel waait. En zo kom je dus bij de behoefte aan LDES.”
In de laatste Monitor Leveringszekerheid noemt TenneT LDES voor het eerst als noodzakelijke systeemoptie: intra-day (uren tot een dag, 24 GWh in 2035) en multi-day (meerdere dagen, 27 GWh). De Vries vult aan: “Over de definitie bestaat discussie: sommige partijen rekenen het maken, opslaan en benutten van waterstof tot LDES, anderen zien dat als regelbare elektriciteitsproductie.”
Goedkoop en effectief
Warmteopslag is volgens De Vries overigens altijd goed, omdat het goedkoop en effectief is. “Veel energie gebruiken we toch als warmte. Telkens wanneer je warmte produceert, zorg dan dat die in een goed geïsoleerd buffervat terechtkomt. Daarmee kun je schuiven met het moment waarop je de warmtepomp of boiler aanzet. Dat is handig als het ’s nachts hard waait en de stroom goedkoop is. En het voorkomt overbelasting van het net.”
Opslag moet daarom volgens De Vries een vaste plek krijgen in het energiesysteem. “Je kunt niet alleen investeren in productie en netten. Je moet ook zorgen dat energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Dat maakt het systeem en dus ook de prijzen stabieler, en verlaagt de kosten.”
Meer wind is niet genoeg
Soms wordt gedacht dat leveringszekerheid vanzelf goed komt als er maar genoeg windmolens op zee staan. De Vries vindt dat te kort door de bocht. “Zelfs als je twee of drie keer zoveel windvermogen neerzet als we gemiddeld nodig hebben, blijven er weken met weinig wind en zon. Dan heb je nog steeds opslag en back-up nodig. En die komen er niet vanzelf.”
De combinatie wind en waterstof lijkt een mogelijke route. “Waterstof is een optie voor langdurige opslag, maar het is nu nog duur en inefficiënt. De omzetting van stroom naar waterstof en weer terug kost veel energie en is dus duur en inefficiënt. Maar ik weet niet of we een betere optie gaan vinden voor langetermijnenergieopslag. Voor de industrie en de scheepvaart speelt waterstof mogelijk ook een rol. Maar voor woningen zie ik dat niet gebeuren. Daar zijn warmtenetten en warmtepompen zinvoller.”
Centraal en lokaal horen bij elkaar
Een toekomstbestendig energiesysteem heeft volgens De Vries zowel grootschalige productie als lokale flexibiliteit nodig. “We kunnen een stad als Rotterdam niet op zonnepanelen laten draaien. Dus veel energie zal van zee komen of uit het buitenland. Dat is per definitie grootschalig.”
Tegelijkertijd is lokale flexibiliteit onmisbaar om het systeem efficiënt te houden. “Hoe meer je lokaal kunt opvangen, hoe minder dure back-upcentrales en netwerkcapaciteit je nodig hebt. Maar dat moet wel goed worden afgestemd. Het helpt niet als iedereen tegelijk reageert op een lage stroomprijs, dan verplaats je de piek alleen maar.”













