Vrijblijvende voorspellingen

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid organiseerde eind maart een congres om de arbeidsmarkt van 2020 in kaart te brengen. Op het podium bevonden zich Agnes Jongerius, Bernard Wientjes, Paul Schnabel, Alexander Rinnooy Kan, Michiel Vergeer (CBS) en een trits aan hoogleraren en HR-directeuren. De Oostenrijkse econoom Rainer Munz hamerde op de dreigende demografische ramp die zich binnen nu en tien jaar zal openbaren. We hebben in de EU 50 miljoen migranten nodig om het verlies aan arbeidspotentieel op te vangen. Zo groot is het gat dat de babyboomers in de Europese Unie laten vallen als ze met pensioen gaan, omdat de omvang van de jonge generaties te gering is om de behoefte aan personeel op te vangen. De voorzichtige pogingen van nationale regeringen om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen, worden ingehaald door de alsmaar stijgende levensverwachting in de EU.

Volgens SER-voorzitter Alexander Rinnooy functioneert de arbeidsmarkt voor ouderen niet. De omvang van deeltijdbanen in Nederland is te beperkt. We zien een hoge schooluitval, jongeren kiezen te vaak de verkeerde studies, vakopleidingen kennen een gebrekkige relevantie voor de arbeidsmarkt en het ideaal van een leven lang leren blijft hangen in levenslang leuteren. Rinnooy Kan riep op tot meer maatwerk in de arbeidsverhoudingen en benadrukte dat de SER al in 1996 heeft gewezen op het belang van een flexibele schil voor de wendbaarheid van organisaties, iets dat anno 2011 niet meer ter discussie lijkt te staan.

De tegendraadse hoogleraar Alfred Kleinknecht maakt korte metten met de door Rinnooy Kan geclaimde successen van hoge arbeidsproductiviteit en een sterk toegenomen flexibiliteit in de arbeidsverhoudingen. Het ideaal van wat kort samengevat neerkomt op het principe van hire and fire past bij het Angelsaksische denken dat sinds het akkoord van Wassenaar in 1982 ook in Nederland aan invloed heeft gewonnen. Toen spraken de sociale partners en de regering een langdurige periode van loonmatiging af, waarmee inderdaad economisch herstel en een toenemende werkgelegenheid tot stand zijn gekomen. In de afgelopen decennia is echter bovenop de roep om loonmatiging de mantra van flexibiliteit gaan klinken. Maar volgens Kleinknecht is deze ontwikkeling juist ten koste gegaan van de groei van de arbeids¬productiviteit in Nederland.

Kleinknecht vergeleek in zijn gastcollege het Angelsaksische en het Rijnlandse model en hij stelde vast dat beide modellen elkaar niet veel ontlopen wat betreft productie in absolute zin. De omzet is vergelijkbaar, maar wordt in de Angelsaksisch opererende landen gehaald ten koste van veel meer arbeidsuren. De arbeidsproductiviteit, per gewerkt uur dus, ligt bij Angelsaksiche arbeidsverhoudingen met veel flexibiliteit, relatief lage lonen en een cultuur van hire and fire een stuk lager dan als de arbeidsmarkt is vormgegeven volgens het Rijnlandse denken. Economisch gezien zouden we volgens Kleinknecht toch de voorkeur moeten geven aan arbeidsverhoudingen die zijn gebaseerd op meer langdurige verbintenissen tussen werknemers en werkgevers. Want die leiden tot meer loyaliteit, meer kennisdeling en meer innovatie – en dus tot een aanzienlijk hogere arbeidsproductiviteit. Hoewel het streven naar een steeds meer flexibele arbeidsmarkt in Nederland algemeen aanvaard is, zijn we daarmee volgens Kleinknecht op de verkeerde weg, een heilloze weg die uiteindelijk leidt naar lange dagen werken tegen lage lonen en met weinig of geen werkzekerheid.

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.