Zweminstructeur schrikt zich een ongeluk. Werkgever aansprakelijk?

Een zweminstructeur valt tijdens het werk. Is de werkgever aansprakelijk voor de schade of is hier sprake van een huis-tuin-en-keukenongeval?

Zweminstructeur schrikt zich een ongeluk. Werkgever aansprakelijk?

Een zweminstructeur bij Gemeente Eindhoven zit bij één van de buitenbaden in een toezichtstoel met een zithoogte van 1.70 meter. Op enig moment komt een collega langs met een schepnet met daarin een dode muis. Die collega heeft de muis op verzoek van de zweminstructeur uit het peuterbad gehaald na een melding van een bezoeker.  

Zweminstructeur valt uit toezichtstoel 

Toch schrikt de instructeur zich een hoedje als de collega vlak bij haar langsloopt met de muis in een schepnet over zijn schouder. In haar versie van het verhaal houdt de collega het schepnet bewust even boven haar hoofd. Van pure schrik springt de zweminstructeur, met haar gezicht naar voren, uit de toezichtstoel. Daarbij mist ze de tweede trede, komt met haar volle gewicht op haar linkerknie terecht en loopt letsel op. 

Bij de kantonrechter vordert de werkneemster voor recht dat Gemeente Eindhoven aansprakelijk is voor alle door haar als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Die is begroot op € 4.647,70. 

Juridisch kader zorgplicht en toedracht 

Op grond van het bepaalde in artikel 7:658 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de werkgever aansprakelijk voor schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van diens werkzaamheden. Tenzij de werkgever aantoont dat deze aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dit betekent dat de werknemer moet stellen, en bij betwisting bewijzen, schade te hebben geleden tijdens de uitoefening van de werkzaamheden.  

De werknemer hoeft echter niet de precieze toedracht of oorzaak van het arbeidsongeval aan te tonen. Voor zover er onduidelijkheden over de precieze toedracht bestaan, is dit aan de werkgever. 

In dit specifieke geval heeft niemand het ongeval zien gebeuren. Daardoor is de precieze toedracht van het ongeval onzeker. Deze onzekerheid komt dus voor risico en rekening van Gemeente Eindhoven. Die moet nu bewijzen dat zij aan haar zorgplicht in de zin van artikel 7:658 lid 1 BW heeft voldaan. 

Schade geleden tijdens werk 

Niet in geschil is dat de werkneemster ongelukkig terecht is gekomen. En dat zij zich direct na het incident heeft gewend tot haar huisarts met letsel aan haar linkerknie. Ze heeft zich vervolgens ziekgemeld en gedurende langere tijd niet kunnen werken. Daarmee staat voldoende vast dat zij in de uitoefening van haar werkzaamheden voor Gemeente Eindhoven (enige) schade heeft geleden. 

Gemeente Eindhoven: huis-tuin-en-keukenincident 

Gemeente Eindhoven vindt dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht. Het voorval met de dode muis betreft een typische ongelukkige samenloop van omstandigheden. Volgens vaste jurisprudentie hoeft een werkgever niet te waarschuwen voor algemeen bekende gevaren. Een confrontatie met een dode muis is in de ogen van de gemeente een omstandigheid waarmee iedereen thuis of in elke dagelijkse situatie te maken kan krijgen.  

Tegen dit soort zogeheten huis-tuin-en-keukenincidenten hoeft een werkgever geen veiligheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast wijst Gemeente Eindhoven erop dat er geen veiligheidsmaatregelen zijn die dit incident hadden kunnen voorkomen. 

Kantonrechter: geen ‘alledaags risico’ 

Er is volgens de kantonrechter een verhoogd risico dat een zweminstructeur bij een onvoorziene situatie zo snel mogelijk de toezichtstoel wil verlaten. Bijvoorbeeld als de instructeur schrikt of bij een acute noodsituatie in een van de buitenbaden. Dit vindt de kantonrechter geen ‘alledaags risico’. 

Training of instructie over hoe veilig de toezichtstoel te verlaten in een onvoorzienbare situatie, is daarbij een redelijkerwijs noodzakelijke veiligheidsmaatregel. De Gemeente Eindhoven geeft medewerkers daarover geen specifieke instructie en biedt daarvoor evenmin een training aan. Instructie ontbreekt ook over hoe medewerkers ongedierte veilig uit het zwemwater kunnen verwijderen en opruimen. Het ter beschikking stellen van een bakje om het dode dier direct na verwijdering uit het water in op te bergen, is daarvan een goed voorbeeld. 

Gemeente heeft niet voldaan aan zorgplicht 

Kortom, van Gemeente Eindhoven kan en mag wel degelijk worden verlangd dat zij werknemers instrueert over de manier waarop zij ongedierte op een voor iedereen veilige manier uit het zwemwater kunnen verwijderen en opruimen. Vaststaat dat dit niet is gebeurd. 

Dit alles leidt tot het oordeel dat de Gemeente Eindhoven niet alle redelijkerwijs te nemen maatregelen heeft getroffen om een ongeval als dat van de zweminstructeur te voorkomen. Met andere woorden: de gemeente heeft niet voldaan aan haar zorgplicht. Daarmee is Gemeente Eindhoven aansprakelijk voor alle door de werkneemster als gevolg van het arbeidsongeval geleden en nog te lijden materiele en immateriële schade. 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant 12 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3358 

Redacteur Monique schrijft al jarenlang over allerlei zaken die te maken hebben met arbo, jurisprudentie en security management.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.