Een student HBO-ICT aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) loopt van 5 september 2022 tot 3 februari 2023 stage bij een bedrijf (de werkgever). Hiertoe sluit hij met dit bedrijf een stageovereenkomst.
In die overeenkomst staat onder meer dat het bedrijf aansprakelijk is voor letsel of schade die de stagiair lijdt tijdens of in verband met zijn aanwezigheid bij het bedrijf of bij de uitvoering van zijn stagewerkzaamheden. Tenzij het bedrijf aantoont dat het de in artikel 7:658 lid 4 BW genoemde verplichtingen is nagekomen of de schade in belangrijke mate voortkomt uit opzet of bewuste roekeloosheid van de stagiair.
Ongeval met schroeftol: schade voortand
Op 10 januari 2023 is de stagiair met de directeur van het bedrijf op locatie aan het werk bij een klant. De werkzaamheden omvatten onder andere de installatie van een server en de herinrichting van werkplekken. Op een gegeven moment, terwijl er verder niemand aanwezig is, gaat de stagiair een bureau demonteren waarbij hij gebruik maakt van een schroeftol. Deze schiet plotseling uit zijn hand en komt tegen zijn voortand aan, die daardoor afbreekt.
De kosten van dit ongeval vallen buiten de ziektekostenverzekering van de stagiair en de werkgever blijkt hiervoor ook geen verzekering te hebben. De werkgever vraagt op 12 januari 2023 daarom aan de HvA of de dekking van diens verzekering hier iets kan betekenen.
Stagiair stelt werkgever aansprakelijk
De stagiair stelt op 17 januari 2023 de werkgever aansprakelijk voor de door hem opgelopen schade door de gebeurtenis een week eerder. De schade bestaat uit letsel aan zijn rechter voortand, waarbij het gehele traject nog niet duidelijk is. De totale schade schat hij op dat moment op minimaal € 2.000.
De verzekeraar van de HvA laat de stagiair op 1 februari 2023 namens de werkgever weten dat die zich niet aansprakelijk acht voor de ontstane schade. Nadat de stagiair op 18 april 2023 nogmaals de werkgever aansprakelijk stelt en opnieuw nul op het rekest krijgt, stapt hij naar de kantonrechter.
Stagiair: onvoldoende toezicht op werk
De stagiair vordert een verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor de door hem geleden schade door het bedrijfsongeval op 10 januari 2023. Hij verzoekt veroordeling van de werkgever tot betaling van € 3.560,64 aan materiële schade en € 500 aan immateriële schade, plus de kosten van de procedure.
Hij geeft hierbij aan dat de werkgever hem in het kader van zijn stagewerkzaamheden opgedragen heeft om enkele werkplekken te verplaatsen. Daarbij moest hij een bureau uit elkaar halen en elders weer opbouwen. Bij het demonteren heeft hij een op de werkplek aanwezige schroeftol gebruikt. Deze schroeftol is tijdens de werkzaamheden in een onverhoedse beweging tegen zijn gebit gekomen, waardoor een tand is afgebroken. Hij heeft hierdoor aanzienlijke schade geleden, waarvoor hij niet is verzekerd.
De stagiair stelt dat de werkgever aansprakelijk is voor zijn schade, omdat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en in opdracht van de werkgever. Hij heeft niet opzettelijk of bewust roekeloos gehandeld. De werkgever heeft onvoldoende toezicht gehouden op de uitvoering van de werkzaamheden en daarmee de veiligheid niet voldoende gewaarborgd.
Werkgever: handelen op eigen initiatief
Als verweer voert de werkgever het volgende aan. Hij heeft de stagiair op 10 januari 2023 geen opdracht gegeven om het bureau uit elkaar te halen, maar opgedragen om schoolwerk te doen. Hij handelde met het demonteren van het bureau daarom buiten de opdracht en gebruikte vreemd gereedschap zonder instructie en zonder dat er begeleiding aanwezig was. Er is sprake van handelen op eigen initiatief. Daarvoor is de werkgever niet aansprakelijk en dus heeft die zijn zorgplicht niet geschonden. De werkgever verzoekt de kantonrechter de vordering volledig af te wijzen.
Kantonrechter: niet voldaan aan zorgplicht
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever wél aansprakelijk is voor de schade, omdat zij niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. Er is geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van de stagiair. De kantonrechter wijst diens vorderingen daarom toe.
Nawoord
In artikel 7:658 lid 4 BW is bepaald dat hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft – zoals een stagiair – overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 van dat artikel aansprakelijk is voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Dit staat overigens ook zo in de stageovereenkomst.
Bron: Kantonrechter Haarlem, 29 oktober 2025 – ECLI:NL:RBNHO:2025:12393












